Hoe ver is Parijs nou echt?
In drieënhalve dag van Amsterdam naar Parijs op de fiets. Om het fenomeen bikepacken uit te proberen en mezelf aan mezelf te bewijzen
Godmiljaar en een heleboel andere scheldwoorden komen uit mijn mond. M’n fiets heb ik met veel misbaar tegen een boom gekwakt. Ik sta langs de Schelde en begin die rivier onderhand hartgrondig te haten. Kilometerslang tegenwind, met daarbij een druilregen die de mistroostige Belgische dorpen nog verder in een depressie heeft geduwd.
Het is de tweede dag van mijn fietstocht van Amsterdam naar Parijs. En de tweede dag waarop ik mezelf weer 160 kilometer laat ploeteren. De finishplaats van vandaag, Douai in Noord-Frankrijk, lijkt nog ver. En dat maakt Parijs helemaal ver1.
Mijn plan is om in drieënhalve dag naar de Franse hoofdstad te fietsen. De afstand van 545 kilometer klinkt overzichtelijk. Als fanatieke hobbyist heb ik ervaring met lange dagen in het zadel, maar een meerdaagse tocht heb ik nog niet op mijn conto staan. Een mooie aanleiding om het fenomeen bikepacken te proberen. En tegelijkertijd mezelf aan mezelf te bewijzen. Want dat doe je in de midlife.


De engste hond van Wallonië
Na regen komt er altijd weer zon. En dat is juist het moment dat de engste hond van Wallonië uitgelaten wordt. Fluitend fiets ik over een heerlijk gravelpad door de weilanden, totdat ik een gemuilkorfde Dobermann Pinscher met z’n baasje zie. Ik denk er onopvallend langs te kunnen, maar dan begint het beest te grommen en vrij wild te bewegen. ‘Cujo,’ schiet door m’n hoofd en ik blijf wachten, totdat het duo verder is gelopen. Bij het verlaten van het pad zie ik een gezin met twee angstig kijkende kinderen vanachter een auto tevoorschijn komen.
Over grenzen gaan
Waar de grens tussen Nederland en België nog gemarkeerd werd door een aandoenlijk rood-wit gestreept grenshuisje en twee grenspalen in een bos, rijd ik zonder het te bevroeden Frankrijk binnen.
Hier ergens moet een weg met kasseien liggen. Of in mijn beste Frans ‘secteur pavé’. Ik weet nog steeds niet of de bewuste kasseienstrook in de wielerklassieker Parijs-Roubaix voorkomt, het gaat mij vooral om het idee.
Dan ben ik er, een pad met enorme stenen en plassen water midden in een doodgewone akker. De Belgen noemen ze dikwijls kasseitjes, maar zo schattig zijn die kinderkoppen niet. Ik stuiter over de strook en probeer me voor te stellen hoe profwielrenners in het voorjaar er overheen rossen.
Aan de voet van een soldaat
Na een dag stoempen zit ik ’s avonds aan een bord stevige kost in de Noord-Franse stad Douai. Iets anders is er ook niet te krijgen.
Nog gevuld van het avondeten fiets ik de volgende dag de stad uit en kom door een dorp waar vol trots het voorbijkomende tourpeloton in juli aangekondigd wordt. Voor het gemeentehuis staat een knullige gele fiets en er hangt een geel shirt aan de gevel. Helaas is er geen boulangerie te vinden. Aan een pleintje in het volgende dorp, Arleux, is het raak. De bakkerij is open en ze verkopen ook nog eens koffie. Ik ontbijt aan de voet van een soldaat.
Net als in België heeft de Eerste Wereldoorlog littekens achtergelaten in het noorden van Frankrijk. In het gebied waar de frontlinies lagen, kom ik in dorpen regelmatig gedenktekens tegen. Of fiets ik langs militaire begraafplaatsen. Matrixen van witte kruizen in de felle zon. Te midden van velden waar de rollen stro een geheel eigen patroon vormen.
Schuilen in de schaduw
Frankrijk is een groot land. Op de kaart lijkt de derde etappe van 155 kilometer slechts een fractie; op de fiets is dat minder waar. Rustig peddel ik lange stukken langs het Canal du Nord en de rivier de Somme. Een uiterst fraaie route die me in de stad Péronne brengt. Een stad die tijdens de Eerste Wereldoorlog voor 80% werd verwoest. Daar lunch ik met uitzicht op Château de Péronne, een trekpleister met daarin een museum over de ‘Grande Guerre’. Op het terras naast mij is een buslading toeristen gedropt. Iedereen zit lamlendig onder de parasols. Het begint nu echt warm te worden.
Een koud blikje cola
In de hitte blijft er weinig over van de charme van glooiende graanvelden, overhangende bougainvilles en typisch Franse dorpen. De mensen schuilen binnen, ik schuil in de plukjes schaduw die ik kan vinden. Aan het eind van de middag komt het leven in de straten terug. En rijd ik de koelte van een groot bos binnen.
Ik ben drie dagen verder en alles is compleet anders dan het Nederland waar mijn fietstocht begon. Eerst nog op bekend terrein ten zuiden van Amsterdam, daarna de eindeloze rechte wegen door weinig inspirerende plekken als Boskoop, Waddinxveen en Nieuwekerk aan de IJssel. Nergens mensen op straat, nergens een koffietent met toilet te vinden. Ook geen bosjes. Uiteindelijk heb ik het met de MacDonalds moeten doen. Je moet toch wat, zeker als je daarna de ‘Col de Brienenoord’ over moet.
Na het bos bereik ik Fleurine. Daar verblijf ik in een Airbnb bij een enorm aardige host. Zo lief dat ze een koud blikje cola voor me klaarzet terwijl ik onder de douche sta.


Het Forêt d’Halatte
De laatste etappe begint meer dan goed. Na Fleurine duik ik een bos in. Vol met varens en vogelgeluiden. Het Forêt d’Halatte ligt 50 kilometer boven Parijs en is onderdeel van de Massif des Trois Forêts.
Ik kom door dorpen, passeer kastelen en abdijen; ergens in de verte ligt de oever van de Oise rivier. Landelijk Frankrijk in optima forma. Na het bos rijd ik een weiland in, vanaf de grindweg heb ik een weids uitzicht op de omgeving. Op een heuvel prijkt Chateau D’Ecouen, wat zeker uitgelicht zou worden tijdens een Tour de France liveverslag.
Ik laat al het landelijke achter me en daal ik af richting de periferie van Parijs. Er is een skyline, maar het is nog niet de hoofdstad zelf. Het zijn de contouren van de voorstad Saint-Denis. Alles is nu bebouwde kom; het gaat van dorp naar voorstad naar stad.



Linksaf na de boulevard
Ten hoogte van Stade de France draai ik het fietspad langs Canal Saint-Denis op. Een onderdeel van het Parijse kanalennetwerk dat in de 19e eeuw is aangelegd. Aan de overkant zie ik het bord ‘Paris’ opdoemen, en voor ik het weet rijd ik het 19e arrondissement binnen.
Drieënhalve dag. Het klinkt niet lang. En zo ver is 545 kilometer nou ook weer niet. “Zou ik dit opnieuw zo doen?”, vraag ik me af als ik na een avenue een boulevard op rijd. Geen idee. Eerst maar even niet fietsen. Over een paar dagen wacht de ‘Col du Montmartre’ alweer op me.
Na de boulevard sla ik linksaf. L’arrivée.2
De voorbereiding
Het plannen van de route
Vanwege enige zelfoverschatting en eeuwig optimisme had ik het idee opgevat de route in drieënhalve dag te kunnen fietsen. Het moest daarom een recht-toe-recht-aan rit worden, zonder al te veel toeristische tierlantijnen.
De eerste etappe was snel duidelijk; van Amsterdam naar Antwerpen met amper hoogtemeters. In de tweede rit wilde ik door het Vlaanderen van de voorjaarsklassiekers fietsen (met een stop in Oudenaarde, waar De Ronde van Vlaanderen finisht) en eindigen in Noord-Frankrijk. Op de derde dag zou ik op een leuke afstand (60 km) van Parijs moeten eindigen. En de laatste dag spreekt voor zich. Met behulp van Google Maps, Komoot en ChatGPT heb ik de finishplaatsen voor de tweede dag en derde dag gevonden en kon ik op zoek naar overnachtingsplekken.
Je kunt er langer over doen, met maximaal 100 kilometer op een dag. Dan is 5 à 6 dagen een veel realistischer en relaxter scenario, met alle tijd voor een kasteeltje hier en daar.
De route heb ik verdeeld in 4 losse etappes en gepland in Komoot. Ik vind dit een fijne tool, ook vanwege de suggesties voor mooie wegen. Ik heb eenmalig het Komoot wereldpakket aangeschaft en daarmee kan ik goed uit de voeten.
Andere mogelijkheden voor routeplanners zijn Strava (met een premium account), GPX tools zoals RideGPS of Google Maps.
Overnachtingen
Ik kampeerde niet tijdens mijn bikepackingtrip. Te veel gedoe en geen zin om extra spullen te moeten regelen èn mee te nemen. Ik overnachtte in een hotel in Antwerpen, een verlaten B&B in Douai en een Airbnb in Fleurine.


De uitrusting
De fiets
Ik deed de trip met mijn niet elektrische gravelfiets. Zo kon ik offroad fietsen (zoals door bossen!) en had ik minder kans op lek rijden3. Mijn gravelfiets heeft bovendien SPD combi-pedalen, waarin je in de ene kant kunt inklikken en aan de andere kant met gewone schoenen uit de voeten kunt.
Bikepacking tassen
Deze komen in soorten en maten. Ik heb een zadeltas (van 14 liter) geleend – en daar past veel in. Hierin stop je de dingen die je onderweg niet nodig hebt, zoals kleding en een tandenborstel.
Wat betreft andere tassen zijn er volop keuzes te maken. Omdat ik al een kleine stuurtas heb (van 2 liter), koos ik ervoor een frametas toe te voegen aan de uitrusting, handig voor dingen voor onderweg. Zoals een regenjas, zonnebrand en powerbank. En extra eten. Handige tas, maar wel met een nadeel; je kunt niet zo makkelijk bij je bidons. Grotere stuurtassen zijn ook een optie.
Om snel bij eten te kunnen (duursport betekent veel eten) heb ik nog een snacktasje aangeschaft; een zogenoemde energy bag. Scheelt gefrummel in de achterzakken van je fietsshirt.
Bagage
Kleding: twee sets fietskleding (bestaande uit sport bh, bib short, ondershirt, jersey, sokken, petje, handshoenen), armstukken, fietsregenjas, fiets bodywarmer. Ik waste een set ‘s avonds met de hand. Daarnaast wat kleding voor de avond en nacht (lichtgewicht broek, t-shirt, vestje, ondergoed, sokken). Ik heb ervoor gekozen om met sportschoenen te fietsen, dat scheelde bagage.
Verder: zonnebrand(!), tandenborstel en mini toiletartikelen.
Elektra: fietscomputer, telefoon, koptelefoontje, powerbank, snoeren/laders.
Gereedschap & tools: binnenband, bandenlichters, handpomp en een multitool.
Eten & drinken: minstens twee bidons, genoeg sportdrank tabs, repen, gels en koeken (ik ben fan van vlugge Japies). En niet te vergeten Haribo of ander zoet snoep. Onderweg bezoek je bakkers en cafés. Het is trouwens ook maar wat je lekker vindt. Op de hele warme derde dag kreeg ik de eiwitreep met pindakaas niet weg en had vooral fantasieën over calippo’s en ijskoude cola.
Nee, ik ben niet terug gefietst. Ik heb de gravelfiets meegenomen in de trein. Dat was iets lastiger dan gedacht. Dat kun je hier terug lezen.
Dat is ook niet gebeurd. Zelfs niet op de kasseitjes.





